‘Universiteiten blijven hangen in de subtop’


‘Universiteiten blijven hangen in de subtop’

OPINIE – Barend van der Meulen − 26/08/14, 16:45
© ANP.

OPINIE In de top 50 van de beste universiteiten komt Nederland al jaren niet voor. Is uitblinken verboden, schrijft Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut.

  • Het echte probleem is niet aangepakt. Om door te dringen in de top vijftig is het nodig om excellente studenten, topwetenschappers en voldoende geld bij elkaar te brengen

  • © anp.

De Shanghai ranking is de bekendste internationale ranglijst van universiteiten (Volkskrant, 19 augustus). Ook dit jaar lijken de Nederlandse universiteiten goed te scoren. ‘Lijken’, want eigenlijk is er weinig vooruitgang. Nederlandse universiteiten die laag staan, kruipen langzaam omhoog. Maar waarom lukt het universiteiten niet om door het glazen plafond van plaats vijftig te groeien?

Bij het verschijnen van de Shanghai ranking kijken journalisten en universiteitsbestuurders met enig verlangen en trots naar de scores. Deskundigen waarschuwen dat deze ranglijst niet alles zegt. Dat is ook zo, maar na zoveel jaar kunnen we twee belangrijke lessen leren.

Reputaties
Ten eerste dat de ranglijsten als de Shanghai ranking zwaar wegen voor de reputaties van universiteiten. Internationale studenten gebruiken ze om te zien waar ze hun master of doctorstitel willen halen. Jonge onderzoekers gebruiken ranglijsten omdat ze op de beste universiteit hun carrière willen vervolgen. Topwetenschappers willen er hun onderzoeksgroep opbouwen. Filantropen kiezen ook graag de beste universiteit voor hun donaties. Bedrijven zetten hun laboratorium graag in de buurt van de beste universiteit. Nederland heeft dus een belang om hoog te scoren.

Ten tweede zien we dat het Nederlandse beleid niet werkt als het erom gaat bij de echte wereldtop te komen. We blijven maar hangen onder plaats vijftig. Dit jaar komt Utrecht op de Shanghai ranking op plaats 57. Op andere ranglijsten zien we hetzelfde. Op de CWTS ranking 2014 uit Leiden staat Leiden op plaats 53. En op de Times Higher Education Supplement ranking 2013-2014 staat Leiden op plaats 67 en Delft op plaats 69. Maar nooit in de echte mondiale top.

Prestatie-eisen
Het is wel een beleidsdoel hoger te komen. In 2004 formuleerde het Innovatieplatform het doel bij die top vijftig te komen, met tenminste één universiteit. Er kwamen afspraken tussen minister en universiteiten over prestaties, over profilering en over kwaliteitsverbetering. Onderzoeksfinancier NWO heeft meer geld om het onderzoek van toponderzoekers te betalen. De universiteiten hebben de prestatie-eisen voor jonge onderzoekers verhoogd.

Waarom hielp dat niet? Het echte probleem is niet aangepakt. Om door te dringen in de top vijftig is het nodig om excellente studenten, topwetenschappers en voldoende geld bij elkaar te brengen. Maar die worden juist verdeeld over alle universiteiten.

  • Ten eerste, zeg eerlijk dat er hooguit ruimte is voor twee universiteiten om door het glazen plafond te breken, en biedt hun daarvoor de middelen

Veranderingen
Alle dertien universiteiten stellen precies dezelfde prestatie-eisen aan hun onderzoekers. Alle universiteiten creëren colleges en honoursprogramma’s voor excellente studenten. Onderzoeksevaluaties zijn zo opgezet dat elke onderzoeksgroep het label excellent krijgt. Ook de verdeling van de eerste geldstroom over de universiteiten is vrijwel gelijk aan die van twintig jaar geleden.

Alleen bij NWO zien we dat sommige universiteiten meer profiteren dan anderen. Kreeg Utrecht in 2005 13 procent, in 2012 was dat 18 procent. Helaas verdeelt NWO minder dan 10 procent van de totale universitaire middelen. Het effect is dat er geen daadwerkelijk verschil ontstaat tussen onze onderzoeksuniversiteiten.

Denemarken
Kan het anders? Ja zeker: als de overheid bereid is tot echte veranderingen, en de universiteiten en onderzoeksorganisaties hun verzet hiertegen opgeven. Een voorbeeld is Denemarken, waar vanaf 2003 drastische organisatorische veranderingen zijn ingezet. Er kwamen financiële veranderingen, en een aantal universiteiten en onderzoeksinstituten werd samengevoegd. Sindsdien is de Universiteit van Kopenhagen gestegen van plaats 59 naar 39.

In Nederland zijn zulke veranderingen ook mogelijk. Ik geef drie beleidsopties. Ten eerste, zeg eerlijk dat er hooguit ruimte is voor twee universiteiten om door het glazen plafond te breken, en biedt hun daarvoor de middelen. Dat zouden Utrecht en Leiden kunnen zijn, maar je kunt ook denken aan de Universiteit van Zuid-Holland: een combinatie van Leiden, Delft en Rotterdam. Dat vraagt een verandering in de verdeling van de eerste geldstroom.

De tweede optie is om een deel van het geld van NWO in te zetten om buitenlandse toponderzoekers aan te trekken. De derde optie is om de excellente onderzoeksinstituten van de NWO en KNAW onder te brengen bij de aangewezen topuniversiteit, in plaats van ze buiten de mondiale competitie te houden. Elk van de drie opties vraagt durf. De Denen durfden het tien jaar geleden. Nu wij.

Barend van der Meulen is hoofd Science System Assessment van het Rathenau Instituut.

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


− vijf = 1

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>